Over het lerarenregister

Het lerarenregister gaat er komen. Vanaf 2017 wordt het verplicht voor alle leraren die 0,2fte of meer voor de klas staan. Of ik daar blij mee ben? Ik weet het niet.

Ik heb mij tot nog toe afzijdig gehouden van het debat rond het register. Ik weet nog goed dat ik op het vorige lerarencongres in Den Bosch, in de eerste week van mijn jaar als ‘ambassadeur’, op sleeptouw werd genomen door de staatssecretaris. Er werd toen een debat gehouden tussen voor- en tegenstanders van het register. De argumenten van beide kanten, op dat moment nieuw in mijn oren, klonken evenredig overtuigend. Ik begreep de noodzaak tot professionalisering, zoals René Kneyber deze week in zijn column in Trouw ook betoogt. Ik snap dat een register kan bijdragen aan de vorming van een sterke(re) beroepsgroep. De vergelijking met artsen en piloten kwam echter wat krom op mij over. Dat zijn toch beroepen waar totaal andere (opleidings)eisen aan verbonden zijn? Ook het idee dat het register niet gaat werken, omdat het ‘van boven’ op het onderwijs wordt gestort kon én kan op mijn instemming rekenen.

Inmiddels ben ik (voor mijn gevoel) een onderwijsleven verder. Over dat dekselse register heb ik gelezen en gesproken, geblogd en getweet. Ik ben veel slappe uitspraken tegengekomen, maar gelukkig ook een groot aantal sterk onderbouwde betogen. Lees bijvoorbeeld het kritische blog van Michelle van Dijk of het genuanceerde geluid van Jelmer Evers. Essentieel voor mijn eigen meningsvorming over het register is dit stuk van Simon Verwer geweest. Aan de hand van een aantal veelgehoorde kreten wil ik mijn positie in dit debat verduidelijken.

“Docenten moeten zich professionaliseren”.

Dat klopt. Te veel leraren staan stil in hun ontwikkeling, terwijl hun leerlingen en de wereld om hen heen constant in beweging zijn. Ik heb het zelf ervaren: docenten die al 20 jaar hetzelfde lesgeven. Stoffig materiaal uit het vorige millennium. Dezelfde flauwe grappen die jaarlijks terugkeren. Een register zou instrumenteel kunnen zijn om deze groep docenten in beweging te krijgen. Er zal veel weerstand tegen zijn, maar uiteindelijk is het register in het beste belang van de leerling. Die zijn immers gebaat bij docenten die op de hoogte zijn van nieuwe lesmethoden- en middelen. Die weten wat er speelt in de wereld. Die kunnen aansluiten bij hun belevingswereld. Docenten die vanuit betrokkenheid en ambitie goed onderwijs willen bieden voor hun leerlingen. Er zijn voldoende bijscholingsmiddelen beschikbaar, daar ligt het niet aan. Cursusaanbod idem dito. Ga maar eens een kijkje nemen op de NOT, de jaarlijkse hoogmis van het onderwijskapitalisme. Maar dan moeten docenten wel (1) intrinsiek gemotiveerd zijn om zich te ontwikkelen (2) weten in welke richting zij zich willen ontwikkelen en (3) overzicht hebben over de beschikbare bijscholingsmiddelen en het aanbod aan activiteiten.

“Er moet een sterkere beroepsgroep komen”.

Ook daar geloof ik in. Uit het rapport De staat van de leraar kwam naar voren dat veel docenten gebukt gaan onder werk- en regeldruk en daardoor niet aan de kern van hun werk toekomen: onderwijsplannen ontwikkelen. Dat is zonde, want veel leraren laten zich zo degraderen tot uitvoerders van de plannen van anderen. De docent wordt een speelbal van schoolleiding, overheid, methodemakers. Er heerst een mentaliteit van passiviteit en gelatenheid waar ik mij dood aan kan ergeren. “Makke schapen” heette het, alweer een jaar geleden in de Volkskrant. Daar moet wat aan veranderen. Het is echter maar zeer de vraag of een register het toverdrankje is om ons makke schapen zomaar te veranderen in dappere Galliërs. Daarvoor ontbreekt het (vooralsnog) aan intrinsieke motivatie en aan overzicht over de beschikbare middelen en bijscholingsactiviteiten.

“In 2017 moet iedere leraar verplicht ingeschreven staan in het lerarenregister”.

Dat vind ik dus geen goed idee. Het register moet er komen, maar 2017 is te vroeg. Ik geloof veel meer in huidige bottomup initiatieven zoals Stichting LeerKRACHT en De Onderwijzers. Deze initiatieven streven eveneens een verbetercultuur na, maar worden echt gedragen door docenten. LeerKRACHT is klein begonnen met een goed concept, een bevlogen team in enkele pilotscholen in de randstad en verspreid zich momenteel als een olievlek over Nederland. Die vorige school van mij is één van de oorspronkelijke pilotscholen. Als ik daar nu terugkom zie ik een positief team van vakmensen die samen onderwijs maken. Er is werkelijk sprake van een cultuuromslag. Op een school als deze zou het register nu op het juiste moment komen. Deze vakmensen kunnen het register zelf toe-eigenen als een middel om zich verder te professionaliseren. Docenten die niet mee willen in de flow hebben nu weinig andere keuze dan om zich aan te sluiten bij de rest.

Helaas werkt het niet zo op iedere school in Nederland. Het is wachten tot de olievlek zich verder verspreidt. Pas als er een kritische massa bereikt is van leraren die bezig zijn met hun vak en zich willen ontwikkelen door te leren van elkaar kan het register een succes worden. LeerKRACHT stopt in 2020. Initiatieven zoals De Onderwijzers kunnen de verbetercultuur daarna verder uitdragen. Verplichte invoering van het register in een te pril stadium kan deze ontwikkeling echter de das om doen.

Waarom wachten we niet nog even?

4 gedachtes over “Over het lerarenregister

  1. Hoi Jasper, goed stuk. Helemaal eens. De richting van de ontwikkeling is goed, maar gaat te snel en is te weinig gedragen door leraren zelf. Naar mijn mening betekent dat: eerst een fatsoenlijke beroepsvereniging voor alle leraren (en dat is iets anders dan een vakbond), dan criteria voor toetreding en behoud lidmaatschap, op basis daarvan register en tuchtrecht.
    Daar schreef ik ooit dit stuk over:
    http://www.hartgerwassink.nl/2013/10/over-de-onderwijscooperatie-en-het-lerarenregister/

    Like

  2. Enkele citaten uit bovenstaande:

    Te veel leraren staan stil in hun ontwikkeling,
    Er heerst een mentaliteit van passiviteit en gelatenheid waar ik mij dood aan kan ergeren.
    Daarvoor ontbreekt het (vooralsnog) aan intrinsieke motivatie

    Giftig stukje over de beroepsgroep, hoor.

    Hoe bottom-up is leerKRACHT als de schoolleiding of het bestuur besluit dit in een school uit te rollen? Ik zie intrinsiek gemotiveerde leraren zeer sceptisch bij een bordsessie staan, omdat het een keurslijf is waar zij niet voor gekozen hebben. Het register verplichten ben je niet voor, maar om andere verplicht te laten professionaliseren wel: “Docenten die niet mee willen in de flow hebben nu weinig andere keuze dan om zich aan te sluiten bij de rest.”
    Als leraren al 20 jaar dezelfde lessen geven, zou je je ook de vraag kunnen stellen hoe dat komt. Ze zullen het vak vast niet gekozen hebben om die reden. Eens waren het bevlogen mensen, die het vak leraar gekozen hebben uit een zekere overtuiging. M.i. zet je een deel van de beroepsgroep in je stuk een beetje negatief weg.

    Like

    1. Dank voor je reactie. Via twitter zijn meer mensen over de passage “te veel leraren staan stil in hun ontwikkeling” gevallen. Dat snap ik, het is giftig (misschien ook wel hooghartig) maar ik sta wel achter mijn woorden. Iedereen weet het: niet alle docenten zijn even goed. Over ik bedoel met ‘goed’ heb ik een blog geschreven: (https://jasperrijpmablog.wordpress.com/2015/04/05/wat-maakt-iemand-een-goede-leraar/). Ik weet niet of leerKRACHT wel het tovermiddeltje is. Ik zie echter meer kansen voor netwerkplatforms zoals De Onderwijzers. Het gaat om methodes om de intrinsieke motivatie te versterken.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s