Lessen uit Canada

Als kinderen zo blij waren we, toen we vlak voor de kerstvakantie hoorden dat we mee mochten naar de International Summit on the Teaching Profession in Canada. Onze verwachtingen waren hoog; we zouden absoluut geïnspireerd raken. En als dat al niet zou lukken door de Summit, dan toch zeker door de summits van de Rocky Mountains; wat een betoverend mooie omgeving om in te mogen werken en verblijven.

[Video]

Niet alleen de onderwerpen van de Summit inspireerden ons, veel meer nog de ontmoetingen met mensen uit de onderwijssector van Canada – in het bijzonder natuurlijk de leerlingen, leraren en schoolleiders op de scholen die we mochten bezoeken in Calgary, ná de Summit in Banff. Wat hebben we veel geleerd, niet slechts in één verslag te vatten. Maar we maken hier een gezamenlijke start met ons vieren. En dan volgen er vast nog meer persoonlijke blogs, want we hebben meer woorden nodig om te beschrijven wat ons aan het denken heeft gezet. En houd ook Leraar24 in de gaten, want binnenkort zal daar ook ons filmverslag verschijnen, met o.a. interviews met de Nederlandse delegatie en beelden van fantastische en inspirerende (school)omgevingen.

ISTP 2015 Implementing highly effective teacher policy and practice

Het was de 5e keer dat de Summit georganiseerd werd door de OECD, Education International, The Learning Partnership en dit jaar de CMEC, Council of Ministers of Education, Canada. Het overkoepelende doel van de ISTP elk jaar is ministers en/of staatssecretarissen van onderwijs, vakbondsleiders en overige betrokken onderwijsorganisaties met elkaar in gesprek te laten gaan over actuele kernthema’s met betrekking tot het onderwijsbeleid en het leraarschap. Het thema van dit jaar is gekozen op basis van de wens van de deelnemende landen om de uitdaging aan te gaan om van dialoog en discussie, nu over te gaan tot actie en implementatie. Tijdens de tweedaagse summit werd er ruim aandacht besteed aan de volgende – overigens sterk met elkaar samenhangende thema’s:

1. Leadership:

Het ontwikkelen en promoten van sterk en effectief leiderschap, zowel bij schoolleiders, als bij leraren (Teacher Leadership) en beleidsmakers.

2. Recognition and Efficacy:

Het waarderen van leraren en het versterken van hun gevoel van effectiviteit of self-efficacy. Een woord dat niet goed eenduidig te vertalen is, maar gaat over de zelfwaardering in relatie tot het lesgeven en het in staat zijn om een verwacht resultaat te bereiken.

3. Innovation Strategies:

Het aanmoedigen van innovatie in het klaslokaal van de 21e eeuw, waarbij niet slechts de nadruk ligt op ICT, maar juist op het anders inrichten van het gehele onderwijssysteem.

Tweedaags programma: formeel leren tegenover informeel leren

Zaterdag 28 maart kwamen we aan het eind van de middag aan. Onze delegatie bestond uit:
Sander Dekker, staatssecretaris OCW
Alida Oppers, directeur-generaal PO/VO, OCW
Joany Krijt, voorzitter CNV Onderwijs
Walter Dresscher, voorzitter AOb
Joost Kentson, voorzitter Onderwijscoöperatie en rector van het Oosterlicht College
Annet Kil-Albersen, directeur Onderwijscoöperatie
Marcel Bril, woordvoerder Sander Dekker, OCW
Hans Ruesink, adviseur PO/VO, OCW
Hans Balfoort, internationale relaties, OCW
Leraren van het Jaar: Marloes van der Meer (MBO), Jasper Rijpma (VO), Joke Lorist-Klappe (SO) en Femke Cools (PO).

Sander Dekker werd direct die avond verwacht bij het CMEC en Ministers’ dinner. Het gebeurde regelmatig tijdens de summit dat hij apart zat van de rest van onze delegatie, maar gelukkig zijn er ook momenten geweest dat we goed met hem in gesprek konden. Met een flinke jetlag zijn we aan tafel geschoven om tijdens het diner onze verwachtingen van en plannen m.b.t. de summit te bespreken. Het ‘informele leren’, het onderwijsgesprek in de informele settings van de gezamenlijke maaltijden, wandelingen, busritten en schoolbezoeken, hebben wij alle vier als meest waardevol ervaren van de reis. Maar het ‘formele leren’ in de vorm van het bijwonen van lezingen en discussies, gaf ons natuurlijk de essentiële input voor onze permanente onderwijsdialoog.

Pre-summit seminars: ICT, Early Childhood en Indigenous Education

Zondag 29 maart begon de summit met een introductie van het onderwijs in Canada, o.a. door Gordon Dirks, Minister van Educatie in Alberta en voorzittter van CMEC. Daarna kon men naar de pre-summit seminars, waarover wij ons verdeeld hadden.

Jasper en Joke woonden Information technology in the classroom bij, een seminar over de zegeningen die ICT in petto heeft voor het onderwijs. De delegaties uit Quebec en Luxemburg toonden leiderschap door hun onderwijs klaar te maken voor de eisen van een digitaliserende samenleving. ICT geletterdheid, digitaal burgerschap en ondernemerschap, cyberveiligheid, het kwam allemaal voorbij.

Scherpe observatie: we veronderstellen dat leerlingen als digital natives handiger met ICT zijn dan wij, maar dat is een naïeve en gevaarlijke gedachte. Leerlingen weten vaak helemaal niet goed wat te doen met de information overload. Een ondervraagde leerling riep zijn leraren op: “Leer ons onderscheid te maken tussen bruikbare informatie en junk”. Ook een fenomeen als sexting laat zien dat leerlingen onderwezen moeten worden voor de gevaren van internet. Alle mondiale onderwijssystemen hebben hier een rol in, vandaar het belang van een seminar over dit onderwerp op dit niveau. Vooral Luxemburg bleek een ver doorontwikkelde e-strategy ingevoerd te hebben (zie afbeelding).

Canada5

Quebec deed juist veel om e-learning het klaslokaal in te krijgen. Jasper stelde de delegatie uit Quebec een vraag, over de relatie tussen onderwijstijd en blended learning. Moeten we niet flexibeler gaan denken over onderwijstijd als leren niet meer voorbehouden is aan de beperkende muren van het klaslokaal? Het was helaas niet echt een vraag waar ze mee uit de voeten konden. Het antwoord ging merkwaardig genoeg over de lerarenopleiding.

De seminar riep nog meer vragen bij ons op: wie hebben de initiatieven geïnitieerd? Zijn het alleen de beleidsmakers geweest, of hebben ook leraren een rol gespeeld? Worden doel en middel niet soms verward? ICT kan ons veel opleveren en ja, we moeten onze kinderen onderwijzen op gebied van cyberveiligheid en ICT geletterdheid. Maar ICT moet niet tot doel verheven worden. Onderwijs gaat in de eerste plaats om de menselijke relatie tussen leerling en leraar. In die interactie gebeurt het.

Marloes ging naar Early Childhood Education. Tijdens deze workshop werd er vanuit drie landen (Canada, Amerika en Denemarken) stilgestaan bij good-practices op het gebied van kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie. Wat opviel zijn de grote verschillen in toegankelijkheid tot deze vormen van opvang. In Denemarken maakt bijna 100% van de ouders gebruik van fulltime opvang, waar dat in andere landen onder de 20% is. Centraal stond de noodzaak tot anders opleiden van de pedagogisch medewerkers (er is overigens grote diversiteit tussen opleidingen; waar in Nederland een mbo-diploma volstaat om in de kinderopvang te kunnen werken, moet je in sommige andere andere landen een universitaire opleiding hebben gevolgd), waarbij ‘spelend leren’ verder uitgediept zou moeten worden. Tevens ontstond er een vraag vanuit een andere hoek op welke manier juist de meest kwetsbare kinderen toegang krijgen tot opvang; de optie van verplichte kinderopvang werd genoemd.
Wat Marloes vooral meeneemt uit deze good-practices is de differentiatie in taken. In Nederland is iedereen medewerker (waar af en toe een assistent-leidinggevende tussen zit); in andere landen heb je verschil in taken en dus in functies. Dit betekent dat er mogelijkheden zijn om carrière te maken en om medewerkers van verschillende opleidingen samen te laten werken; dit zou de kinderopvang enorm ten goede kunnen komen.

Femke bezocht Indigenous education and the teaching profession. Ze was onder de de indruk van hetgeen daar verteld werd. De seminar werd geleid door Ministers of Education van Nieuw-Zeeland, Hekia Parata, en Jackson Lafferty, van Northwest Territories, Canada. Onderwerp was (de geschiedenis van) het onderwijs aan de Maori in Nieuw-Zeeland en de First Nations in Northwest Territories. Parata vertelde over de aanpak om de achterstanden in deelname aan onderwijs door de Maori in te halen, waarbij ze met trots vertelde over de waarden van haar eigen cultuur. Centraal in haar Maori-opvoeding stond de eigen verantwoordelijkheid over je leven. Ze kon er prachtig over vertellen en we mochten ook meegenieten van het Maori, de taal die ze geregeld tussendoor gebruikte.

Waar de Maori in Nieuw-Zeeland een heftige geschiedenis van Europese overheersing hebben meegemaakt, hebben de First Nations – Aboriginals – in Canada daar nog veel langer mee te maken gehad. Er is een commissie opgericht om de wrede geschiedenis van de zogenaamde residential schools onder de aandacht te brengen. Deze commissie genaamd Truth and Reconciliation komt op “For the child taken, for the parent left behind.” De Europese overheersers vonden het nodig de kinderen van de Aboriginals te heropvoeden. De indigenous (inheemse) children werden massaal weggehaald bij hun families en permanent in de residential schools ondergebracht. Daar mochten ze van de nonnen en paters niet spreken in hun eigen taal, niets vertellen over thuis en hun achtergrond en werden ze verplicht Engels te spreken en zich te onderwerpen aan het katholieke geloof. Kinderen werden daardoor psychisch verwaarloosd en mishandeld, maar ook fysiek en seksueel geweld was veel voorkomend. Bijna de helft van de mensen die op deze scholen hebben gezeten zijn inmiddels naar voren getreden om te vertellen over hun ‘personal injuries’. De residential schools hebben meer dan 125 jaar bestaan en hebben een enorme stempel gedrukt op het onderwijs in Canada. De commissie vindt het van uitermate belang dat dit verhaal overal gehoord wordt, en juist het huidige onderwijs moet dit zien als een van haar kerntaken. Centraal staan daarbij essentiële levensvragen als:
Waar kom ik vandaan?
Waar ga ik heen?
Waarom ben ik hier?
Wie ben ik?

Kinderen moeten hun eigen persoonlijke verhaal kennen, óók dat van hun voorouders. En leraren in Canada moeten weten wat er met hun voorouders is gebeurd. Het zal nog generaties duren voordat men zich kan verzoenen met de wrede geschiedenis, maar zolang het verhaal verteld en gehoord wordt, is men goed op weg. Er worden speciale cursussen voor leraren georganiseerd, zodat ze een beter en breder begrip hebben van de achtergronden van hun indigenous children en in staat zijn om er goed aandacht aan te besteden in hun klassenpraktijk. Hun missie: “Never again will another generation be able to say ‘I didn’t know’.”

Officiële opening: luister ook naar de leerling!

Vlak voor de officiële opening van de summit, werd het woord door moderator Anthony Mackay gegeven aan het Experts’ Panel, bestaande uit: Julie Bélanger (OECD), Linda Darling-Hammond (Stanford University), Julie Desjardins (Université de Sherbrooke), Michael Fullan en Xavier Prats Monné (Europese Commissie). De experts mochten vertellen waar zij de focus op zouden leggen tijdens de besprekingen deze summit.

De gemene deler was het belang samenwerken en samen leren van leraren. Uit het Talis rapport (Teaching And Learning International Survey – een groot onderzoek van de OECD onder leraren van de onderbouw VO) is gebleken dat leraren veel baat hebben bij het intensief samenwerken. Zowel hun werkplezier als gevoel van competentie worden verhoogd. Darling-Hammond deed een beroep op de taak van schoolleiders, bestuurder en beleidsmakers, om veel ruimte te creëren en dit samen leren mogelijk te maken. Aan het eind van het experts’ uur, mocht het publiek op een van de drie microfoons afstappen om een vraag te stellen of een statement te maken.

Femke greep de kans om namens ons vieren de stem van de leerlingen te laten horen: als we het werkelijk zo belangrijk vinden dat leraren meer macht en zeggenschap krijgen, als we hun leiderschap, werkplezier en gevoel van self-efficacy willen vergroten, dan zullen we moeten beginnen met het werkelijk luisteren naar onze leerlingen. Als wij in staat zijn werkelijk aan te sluiten bij hun leerbehoeften en leerstijlen, dan verhoogt hun motivatie en daarmee de onze. Daarmee hangt nauw samen dat ons gevoel van self-efficacy wordt versterkt, waarmee ons zelfvertrouwen en competentiegevoel groeit, waardoor ons werkplezier verhoogt en we de behoefte hebben ons weer verder professioneel te ontwikkelen. Femke eindigde met de suggestie om de stem van de leerling en leerlingparticipatie te laten terugkomen op de agenda van de ISTP in 2016. Tijdens de concluderende opmerkingen van Anthony Mackay aan het einde van de summit, werd deze wens herhaald. We hopen alle vier dat dit ook daadwerkelijk gaat gebeuren!

Summit Sessions

De eerste dag stond de sessie over Leadership centraal. We mochten tijdens de sessies telkens aanwezig zijn in de officiële zaal, waar de ministers en andere officiëlen de discussie voerden, onder leiding van de zeer inspirerende en vermakelijke Anthony Mackay. Met tablet, smartphone en koptelefoon paraat, werkten we hard om de twee uur durende sessies intensief te volgen. Elk land kreeg drie minuten om te vertellen wat ze m.b.t. het onderwerp hadden bereikt, waar ze mee bezig zijn en wat de uitdagingen zijn. Daarna was er ruimte voor de dialoog / discussie. Het viel ons op dat veel landen in eerste instantie er toch voornamelijk op uit waren om hun zegje te doen in plaats van werkelijk te luisteren naar elkaar en in te haken op dat wat er gezegd werd. Toch werd het gesprek beter en inhoudelijker tijdens de tweede en derde sessie, over Recognition and Efficacy en Innovation Strategies.

Leadership

Succesvolle onderwijssystemen zijn die systemen die erin slagen om leiderschap te promoten op alle niveaus, waarbij leraren en schoolleiders, ongeacht hun formele positie, samen leidinggeven aan innovatie in het klaslokaal, de school en het onderwijssysteem als geheel. Tijdens de sessie werd ingegaan op de nodige voorwaarden die nodig zijn om deze vorm van leiderschap mogelijk te maken en aan te moedigen. Vragen die aan de orde kwamen waren bijvoorbeeld: Welke strategieën maken duurzaam en wijdverspreid teacher leadership mogelijk? Wat moet de rol zijn van leraren, vakbonden en onderwijsorganisaties om de juiste voorwaarden te creëren?

Recognition and Efficacy

Talis laat zien dat de meest succesvolle onderwijssystemen, systemen zijn waarin het leraarschap een hoge maatschappelijke status heeft. Ook zijn er sterke aanwijzingen dat het gevoel van self-efficacy een belangrijke factor is als het gaat om opbrengsten. Zelfvertrouwen, tevredenheid en erkenning zijn voorwaarden voor dieper leiderschap en succesvol innoveren. Ze zorgen voor een sterker professioneel handelen en als gevolg daarvan betere opbrengsten. Tijdens de sessie werd gesproken over hoe beleidsmakers zowel de status van de leraar als het gevoel van self-efficacy positief kunnen beïnvloeden. Vragen waren bijvoorbeeld: Welke beleidsaanpakken zijn er om carrièremogelijkheden van leraren te vergroten en professionele ontwikkeling te bevorderen? Welke systemen hebben het meeste succes als het gaat om intensieve samenwerking met het beroepsveld met het doel het onderwijs te verbeteren en teacher self-efficacy te vergroten?

Innovation Strategies

De huidige onderwijssystemen worden geconfronteerd met de noodzaak om tegemoet de komen aan de steeds groter wordende verschillen in leerbehoeften van leerlingen, in een tijd waarin de samenleving snel verandert en waarin we werken met beperkte middelen. Tijdens de sessie werd ingegaan op die innovatieve strategieën die in deze context toch voor succesvolle opbrengsten hebben gezorgd. Vragen die aan de orde kwamen: Hoe ziet een succesvolle en duurzame systeembrede innovatiestrategie eruit en welke rol heeft de leraar in het leiden van innovatie zowel binnen als buiten het klaslokaal? Hoe kunnen beleidsmakers de angst voor risico’s en falen overwinnen om ervoor te zorgen dat innovatie mogelijk wordt gemaakt? Wat moedigt leraren aan om te innoveren en wat houdt ze tegen? Hoe kunnen we individuele capaciteiten van leraren benutten en zorgen dat zowel innovatieve leraren aangemoedigd worden alsook de beroepsgroep als geheel zich te laten innoveren? Wat is de rol van ICT hierbij?

Canada2

Closing session: de Nederlandse voornemens

Op maandag 30 maart, aan het einde van de summit kreeg elk land maximaal 90 seconden de tijd om hun opbrengsten van de summit met drie punten te delen. Waar veel landen bleven hangen in vage bewoordingen als: ‘we gaan samenwerken tussen leraren meer stimuleren’ of ‘we gaan beter onderzoeken hoe we innovatie een impuls kunnen geven’, waren wij trots op onze Nederlandse delegatie met de volgende opbrengst:
• Fostering bottom-up innovation, with special attention to research as an integral part of new initiatives and to the proliferation of good examples across the educational system.
• Introducing more rewarding possibilities for teachers within the teaching profession by developing new and effective career structures.
• Strengthening the self-efficacy of teachers through the further development of a solid professional organization of teachers (transforming the Education Cooperative (Onderwijscoöperatie) into a National Council of Teachers) and the establishment of a Teacher Register (Lerarenregister).
Wij waren trots dat punt twee op de kaart stond. Tijdens de informele momenten hebben we meerdere malen bij Sander Dekker en de delegatie aangekaart dat – willen we het leraarschap écht in de lift hebben – de professionaliseringsmogelijkheden van ons ook écht breder moeten worden. Wellicht naar het voorbeeld van Singapore, waar je kunt doorgroeien tot Master Teacher, met bijbehorende verantwoordelijkheden.

Calgary: school visits

Na de zeer verrijkende ISTP en de door de Ruige Rockies opgeladen batterij, gingen we dinsdag op weg naar Calgary. Eindelijk: de schoolbezoeken!

De eerste lesdag: bezoek aan het ministerie en de eerste basisschool

Meeting with Education Government Officials at McDougal Centre
We werden getrakteerd op een officieel ontvangst door leden van het ministerie van onderwijs van Alberta. In een conference room werden we bijgepraat over het onderwijssysteem van deze Canadese deelstaat. Het maakte diepe indruk op ons alle vier.

In Canada is er geen landelijk ministerie van onderwijs maar heeft iedere provincie zijn eigen verantwoordelijkheid voor het onderwijsbeleid, en dus zijn eigen ministerie van onderwijs. Alberta staat volgens de PISA-resultaten samen met Quebec bekend om goed onderwijs, dus wij waren op de juiste plek! Wat opviel, niet alleen tijdens dit eerste gesprek, maar ook tijdens de verschillende schoolbezoeken, was de enorme trots waarmee iedereen sprak over het onderwijs in Alberta. Mooi en inspirerend om te zien. Daar kunnen wij in Nederland een voorbeeld aan nemen.

In 2013 heeft Alberta Education doelen en normen voor goed onderwijs vastgesteld, voor alle leerlingen van Kindergarten (groep 1) t/m grade 12 (eindgroep voortgezet onderwijs). De bijbehorende curriculumvernieuwing, vindt plaats onder de titel Inspiring Education, die vergelijkbaar is met ‘onze’ #onderwijs2032 discussie. Het onderwijs in Alberta moet leiden tot de opleiding van ‘Ethical citizens’ en ‘Engaged thinkers’, met ‘Entrepreneurial spirit’ (the Three E’s). Het nieuwe curriculum is compentency-focussed, niet compentency-based. Kennis en vaardigheden blijven een belangrijke rol spelen, maar moeten leiden tot een tiental competenties, zie onderstaande afbeelding. Dit is inmiddels bij wet verankerd in het curriculum.

Canbada8

Dit gestandaardiseerd curriculum wordt doorontwikkeld, zodat elke leerling in Alberta dezelfde mogelijkheden heeft. Dat wil echter niet zeggen dat er een strak keurslijf is waarbinnen al het onderwijs moet passen, integendeel. Schoolbesturen en scholen hebben veel vrijheid om aan de hand van dit basiscurriculum hun eigen programma en specialisaties samen te stellen.

In overleg met belanghebbenden, inclusief afvaardigingen van de studenten, wordt continu gewerkt aan verbetering en uitbreiding van dit curriculum, steeds weer uitgaand van de Three E’s.

Scholen hebben dus de vrijheid om op hun eigen manier vorm en inhoud te geven aan de Three E’s. We hebben gedurende het restant van ons bezoek veel mooie voorbeelden mogen zien. Een waardevolle les was verder dat de visie op het nieuwe curriculum gevormd en gedragen werd door alle belanghebbenden in het onderwijs: alignment noemden ze dit. Daar kunnen we in Nederland wat van leren. Onderwijs2032 is bij ons na de ‘brainstormfase’ bij een smal platform terecht gekomen. Veel gehoorde kritiek is dat de beleidsmakers de overhand zullen krijgen. Onderwijs2032 moet ook van leerlingen en van leraren zijn. Van ouders, van het bedrijfsleven en van andere leden van de gemeenschap. In reactie op een recente uitspraak van de staatssecretaris vinden wij: “Het onderwijs is veel te belangrijk om alleen aan beleidsmakers over te laten”.

De curriculumvernieuwing in Alberta omvat veel meer dan alleen kennis en vaardigheden. Het gaat om het centraal zetten van de leerlingen, die dienen te streven naar ‘engagement and personal excellence in their learning journey’. Dit is ook op de onderstaande afbeelding te zien.

Canada4

Naast de verschuivingen van ‘system-focused’ naar ‘student-focused’ en van ‘content-based’ naar ‘compency-focused’ zien we dat het ministerie af stapt van een topdown benadering. Onderwijsinstellingen worden gestimuleerd om samen met docenten en het bedrijfsleven nieuwe kansen en mogelijkheden te creëren om het leren op andere manieren te faciliteren. Daarbij is het van belang dat de content via ‘real-world learning’ in praktijk wordt gebracht en telkens herhaald wordt. Een voorbeeld van een onderwijsinstituut waar het nieuwe curriculum in praktijk is gebracht zijn de Career and Technology Studies, waar (middelbare) scholieren de kans krijgen om alvast kennis te maken met de praktijk van tal van beroepen. Op onze laatste lesdag hebben we dit in de praktijk kunnen zien.

Elementary school: tweetalig onderwijs op John Paul II

Ons eerste schoolbezoek… Iets waar we alle vier naar hadden uitgekeken. En het begon geweldig, terwijl we de bus uitkwamen, vormde zich een rij van kinderen en docenten en die ons enthousiast verwelkomden. Ze begonnen ons toe te zingen in het Spaans en Engels, zwaaiend met twee vlaggetjes van Canada en Alberta. Op de achtergrond deden nog twee leerlingen verwoede pogingen om een spandoek vast te houden in de harde wind, heel aandoenlijk. We voelden ons hier meteen echt “hoog bezoek”.

Binnengekomen in de hal werd ons welkom nog eens overgedaan, door een groep leerlingen die het Canadese volkslied voor ons zong, gevolgd door het wederom tweetalig bidden van het Wees Gegroet Maria. Hierbij werd dus ook duidelijk dat het een katholieke school was. Veder viel direct het inclusief onderwijs op: een jongen met een blindenstok stond vooraan de groep, en ging na het zingen alvast vooruit de gang door, tikkend met zijn stok. Hierna volgde het volkslied en volgde een programma waarin we in sneltreinvaart door het schoolgebouw liepen, een tiental klassen bezochten en zo kennis maakten met de verschillende lessen en aanpakken die deze school rijk was. De kinderen keken ons elke keer weer met grote ogen aan, en begonnen meteen te tellen toen ze zoveel mensen zagen binnenkomen in hun klaslokaal, maar we werden overal even gastvrij en enthousiast ontvangen. Toppunt waren de verschillende dansen die waren voorbereid; blij dat we gezellig mee mochten doen!

Mooi om te zien was dat alle docenten zoveel trots uitstraalden; de leerlingen leken zeer betrokken bij hun lessen en vertelden ons enthousiast over hun school. Velen gaven aan ‘Spaans’ als favoriete vak te hebben (‘Dat is heel speciaal…’). Het was geweldig om te zien dat deze kinderen zowel Engels en Spaans zo goed beheersten. Daarnaast viel op hoeveel aandacht er was voor lezen. De school had haar eigen bieb, kende haar eigen methodiek voor lezen en leerlingen en ouders werden gemotiveerd om veel te lezen met de kinderen. De onderwijsdoelen waarover we deze ochtend al hadden gehoord, waren ook duidelijk zichtbaar in de klassen. Het belang van geletterdheid (hier dus Spaans en/of Engels), maar ook de betrokkenheid van de leerlingen bij hun eigen leerproces werd meteen in grade 1 gedemonstreerd. De kinderen zaten op een kleed op de grond en de juf stelde vragen over het nut van leren lezen, en waarom het zo fijn is om te kunnen lezen.

Canada9

Lessen bestonden verder voor een groot deel uit activiteiten; lesboeken hebben we nauwelijks gezien, wel smartboards, voorstellingen, dansen en andere creatieve werkvormen. In een klas kregen we het zelfstandig werken te zien, waarbij gedemonstreerd werd dat de meeste kinderen zelfstandig of samen aan een opdracht bezig waren, terwijl de leerkracht bezig was om een paar leerlingen individueel te begeleiden. Verder zagen we vooral klassikaal onderwijs, leerlingen die in onze ogen vrij ‘braaf’ naar de leerkracht zaten te luisteren, maar ook leerlingen die niet betrokken waren bij de les en wat rondkeken (maar dat kan ook aan ons bezoek hebben gelegen).

Canada1Na de rondleiding was er tijd voor een gesprek met het school- en regiohoofd. Opnieuw viel op met hoeveel passie deze mensen stonden te vertellen; trots op hun manier van aanpak, op hun onderwijs. Daarnaast werd er continu benoemd dat er gehandeld werd in het belang van de kinderen en de Three E’s stonden hier duidelijk centraal door de persoonlijke aandacht, de manier waarop leerlingen actief betrokken worden bij hun eigen leerproces door het evalueren van hun werk en houding en natuurlijk door het aanbod van dit rijke onderwijsprogramma.

De tweede lesdag: bezoek aan een basisschool, high schools en building project

De basisschool als Micro Society: meeting with Aspen Heights Elementary School
Tijdens dit schoolbezoek hebben we elkaar meerdere keren meer dan enthousiast aangekeken: ‘Hoe cool is dit!’. Een school waarin aan het begin van het schooljaar verkiezingen worden gehouden voor o.a. ‘president’ en ‘vice-president’, waarna er een reeks van sollicitaties plaatsvindt voor diverse beroepen, van manager, tot boekhouder, van politieagent tot taxichauffeur. Elk kind krijgt een plek in deze ‘minimaatschappij’. De kinderen hebben een duidelijke taak en spreken elkaar aan op verantwoordelijkheden. Bovendien worden de kinderen beloond voor het goed uitvoeren van hun taken door ‘echt geld’, wat zij vervolgens kunnen uitgeven aan door hun zelf ontworpen spullen, drankjes, eten. Vakken staan in het teken van deze maatschappij: rekenen gaat over ‘het hebben van een zaak’, ‘social skills’ over samenwerken, maar ook over goede doelen etc. Er worden mensen uit het bedrijfsleven gevraagd om lessen op maat te verzorgen voor o.a. de managers en boekhouders.

Canada3

Daarnaast is er aan het eind van elk schooljaar een uitje naar de ‘werkelijkheid’, waarbij de politieagenten naar de politie gaan, de manager van het sportcentrum, naar een fitnesscentrum etc. Alles geregeld door de kinderen zelf en ja, vanzelfsprekend gaan de kinderen met een limousine naar het bedrijf toe (is namelijk goedkoper dan afzonderlijke taxi’s voor alle kinderen, hadden de kinderen zelf uitgerekend).

Treffend was dat de presentatie grotendeels gegeven werd door vier kinderen die – tijdens hun vakantie – speciaal waren gekomen om vol trots te vertellen over hun school, en – belangrijker nog – hun taak. Waar het publiek af en toe moest lachen uit vertedering (‘Ik heb iemand wel eens moeten ontslaan, nadat ik drie keer met hem had gesproken over zijn gedrag.’), stonden hier vier serieuze, betrokken voorstanders van de ‘school als minimaatschappij’.
Na deze prachtpresentatie, mochten we samen met de kinderen lunchen in de nabijgelegen ‘W.H. Croxford High School’ (waar de leerlingen een heerlijk drie-gangen menu voor ons hadden geprepareerd). Daar viel op dat de vice-president best verlegen was; tijdens de presentatie was daar niks van te merken. Boeiend hoe, als kinderen in een bepaalde rol geplaatst worden, kwaliteiten worden ingezet, kinderen zich voelen groeien.

W.H. Croxford High School

W.H. Croxford is een nieuwe school, gevestigd in een groot oud pand. Helemaal gerenoveerd en zoveel mogelijk aangepast aan hun onderwijsvisie. De bevlogen conrector leidde ons door het pand. We zagen hun visie terug in een open leerplein, waar leerlingen door middel van verschuifbare scheidingswanden in een handomdraai hun eigen studieplek konden creëren. Een flexibele studeerruimte dus. Die visie van W.H. Crowford heeft als belangrijkste pijler dat zij leerlinggestuurd, modulair onderwijs willen aanbieden. Voor de kernvakken hebben ze leergemeenschappen. De keuzevakken bieden ze aan in ‘exploration centers’, met geweldige faciliteiten. We kregen letterlijk een kijkje in de keuken bij de kookvakken, we zagen kapsters in opleiding ingewikkelde Franse vlechten draaien op modelpoppen en we zagen hoe leerlingen hun eigen skateboards maakten bij houtbewerking. Inspirerend!

George McDougal High School en Building Futures Site

Naast W.H. Croxford was ook George McDougal High School een prachtig voorbeeld van een school die het nieuwe curriculum op een geheel eigen manier probeert in te vullen.
We werden gedropt in een winderige buitenwijk van Calgary, waar rector Eddie Polhill ons opwachtte. Eerste stop was het project Building Future Sites, waarbij leerlingen van George McDougall een huis bouwen. Pardon? U leest het goed, de huizen worden van de funderingen af met de hand gebouwd door leerlingen van deze school.

In een lokaal, midden op een bouwplaats, in een ‘school’ die leerlingen zelf hadden gebouwd, werden we opgewacht door twee echte Canadese mannen (lees rossig, groot en breed) – leraren, een lerares, een bouwopzicht(st)er en een klas met ongeveer twintig vijftienjarige tieners. Er werd meteen gezegd: wij leraren kunnen van alles vertellen, maar vraag het alsjeblieft aan de leerlingen, die weten als geen ander hoe het onderwijs eruit ziet en wat het voor hen betekent. Tekenend; opnieuw de focus op ‘de leerling’.

In de klas heerste een sfeer van gelijkheid. De leerlingen vertelden kort hoe hun schooldag eruit zag (“We doen alle basisvakken, maar dan op de bouwplaats.”). Verder leken de leerlingen wat timide…Totdat de leraar zei: “Kom op jongens, laat ze maar gewoon zien waar het hier om draait.”

Canada7

In tweetallen gingen we naar nabijgelegen huizen, begeleid door twee leerlingen. Twee woningen, één in aanbouw, één volledig afgewerkt. Wie deze huizen hadden gemaakt? Juist ja, de leerlingen zelf. “Kijk, dit is de kelder. Wij hebben ook meegeholpen met de fundering.” Alles, maar dan ook alles, wordt door deze leerlingen gedaan, van funderen tot stuken, van schilderen tot vloerbedekking leggen. Uiteindelijk worden de huizen verkocht voor 350.000 dollar, “maar dit is een klein huis, hiertegenover verkopen we huizen van een miljoen”. Ze werken nauw samen met makelaarsfirma MacKee Homes en hier zien we opnieuw de belangrijke pijler van het unieke onderwijssyteem van Alberta terug: de nauwe samenwerking met het bedrijfsleven.

Het viel ons steeds weer op hoe bevlogen zowel de leerlingen als de docenten spraken over de huizen. Dit was echt hún project! De leerlingen praatten uitvoerig over ‘hun’ huizen, trots, toegewijd. De lessen krijgen ze vooral n.a.v. de huizenbouw: ‘Hoeveel budget hebben we?” (rekenen), ‘Hoe maken we milieubewuste keuzes?’ (social), ‘Hoe schrijven we een verkooprapport?’ (taal) en ‘Hoe leggen we de bedrading aan?’(science). Het programma duurt één jaar, “Daarna moeten we weer terug naar het reguliere onderwijs”. Op de vraag of ze dit niet heel jammer vinden, geven ze aan dat dit absoluut zo is, maar dat ze blij zijn met de kans die ze hebben gekregen. De kennis die ze opdeden op school konden ze meteen in praktijk brengen. Het kwam allemaal samen in dit project. We zagen de kracht van het projectbased learning, als het eenmaal werkt en vakkkennis gekoppeld wordt aan samenwerkend leren en probleemoplossend vermogen is dit een uiterst krachtig didactisch model. Rector Eddie Polhill zei het later als volgt: “Teach the subjects where they happen. Don’t get trapped in the classroom. Make the connections!”.

Bijna wekelijks krijgen de jongens en meiden (inter)nationaal bezoek van geïnteresseerden in het project. Ze voelen zich daardoor belangrijk, dat zie je. Ook zijn ouders en vrienden van harte welkom om de bouw van het huis te volgen.
De bouw van een huis duurt – onder deze omstandigheden – 3 maanden langer dan onder de standaard omstandigheden met ‘reguliere bouwvakkers’, maar levert voor deze jongeren, hun ouders en hun leraren zichtbaar heel veel op.

En de laatste lesdag: Career and Technology Centre

Nadat we voor de laatste keer een uitgebreid Canadees ontbijt hadden genuttigd (deze keer in het Penthouse, waarvan het uitzicht over Calgary toch een tikkeltje tegenviel…maar ja, wij waren verwend met de Rockies), was het tijd voor het laatste schoolbezoek. Eigenlijk was dit geen echte school, maar een Career and Technology Centre.

We werden ontvangen door weer twee bevlogen en trotse assistent principles. In het CT-Centre kunnen leerlingen van verschillende High Schools terecht voor speciale programma’s naar keuze. Ze maken kennis met de praktijk van het beroep waarvoor ze misschien later willen kiezen, en mogen daarbij gebruik maken van de meest uitgebreide faciliteiten die dit centrum biedt. Volop gesponsord door het bedrijfsleven worden hier vakken als auto-body-techniek, robotica, media-design, bouwkunde etc. aangeboden. Studenten kunnen hiervoor volledig hun persoonlijke programma samenstellen, in overleg met hun eigen school, die ook eindverantwoordelijke blijft voor de student. Het projectvak kan gevolgd worden gedurende een periode naar keuze, variërend van een semester, de zomer, avonden of weekenden.

Het mooie en essentiële van de Career and Technology Studies zoals we dit hebben mogen zien in het CT-Centre, is dus dat de student altijd het uitgangspunt is en zijn of haar eigen studiepad uitstippelt. Het bedrijfsleven speelt zoals gezegd een belangrijke rol. Duaal leren is een integraal onderdeel binnen CTS. Studenten krijgen credits voor stages, maar ook voor relevante werkervaring. Docenten werken vaak parttime in de sector waar zij onderwijs in geven (of visa versa). Door de nauwe samenwerking met het bedrijfsleven wordt er wel een grote stempel gedrukt op de content door de private sector. Dat kan als een nadeel gezien worden, onderwijsinstellingen verliezen immers een deel van hun autonomie en van een ‘brede vorming’ in het beroepsonderwijs is geen sprake. Maar brede vorming krijgen de Albertanen op hun middelbare scholen, denk aan de Three E’s. Het voordeel is dat het beroepsonderwijs beter aansluit op het bedrijfsleven en het studenten vermoedelijk dus meer carrièremogelijkheden biedt dan in het Nederlandse stelsel het geval is.

Tijdens het bezoek aan het CT-Centre heeft Joke nog even een uitstapje gemaakt naar de naastgelegen High School. Daar bleken ze twee speciale klassen voor ernstig meervoudig beperkte leerlingen te zijn. Joke vond dat “onze” EMB-leerlingen het beter hebben. Zo werd er in deze klassen nog gewerkt met geplastificeerde pictobladen voor de communicatie, waarvoor wij spraakcomputers hebben. In vergelijking met de vele faciliteiten voor de andere leerlingen, en de vele mogelijkheden in het hypermoderne CT-centre heeft Joke hier weinig extra’s gezien. Natuurlijk is ze er maar heel kort geweest, en kan daarom niet echt een oordeel geven. Wat mooi was om te zien, was dat er een leerling van de high school kwam binnenlopen die echt even contact maakte met de leerlingen. Een groot voordeel van de integratie: elkaar zien en kennen. De leerkrachten waren hierover ook heel enthousiast, en zagen vooral veel voordelen van de integratie in het reguliere onderwijs. Toch zijn er ook in Canada, ondanks het principe van inclusief onderwijs, nog steeds meerdere scholen voor speciaal onderwijs. Vooral leerlingen met een lichamelijke of meervoudige beperking vind je toch niet heel veel binnen het reguliere onderwijs. Wel zagen we in de verschillende scholen “special needs” kinderen, een blinde jongen en een aantal ASS-leerlingen, allemaal met een eigen persoonlijke begeleider. Deze begeleiders worden betaald vanuit het totale onderwijsbudget, en ook therapeuten en andere ondersteuners komen waar nodig in de scholen.

Tot slot werd ons in het CT-Centre nog een uitgebreide lunch aangeboden, natuurlijk weer verzorgd door de leerlingen. We mochten eten in de leskeuken, aan een mooi gedekte tafel in Paassfeer. De kwaliteit van het eten en de bediening was zeer goed. Het toetje was voor sommigen teveel…maar ook daar was rekening mee gehouden: de doggybags!

Overal in de scholen genoten we van de mooie woorden, sterke spreuken, inspirerende teksten en zichtbare doelen en visie op muren, posters en banners. In de centrale hal van het CT-Centre lazen we: Communicate – Collaborate – Connect – Create.

Canada8

Home sweet home?

En toen landden we weer, vrijdagochtend 3 april. Doodmoe van alle prachtige indrukken, leerzame dialogen en pittige discussies en mooie ontmoetingen met Canadese onderwijsmensen: trots, professioneel, met een enorme passie voor onderwijs en een voortdurende focus op de talenten van leerlingen. Het had van ons wel wat langer mogen duren, deze reis, in dit hartverwarmende land. Maar voor ons rest nu de uitdaging: de lessen uit Canada verspreiden in Nederland: our home, sweet home!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s