Wat maakt iemand een goede leraar?

Op zaterdag 4 oktober, tijdens de dag van de leraar, ben ik uitgeroepen tot ‘leraar van het jaar’ voor de sector voortgezet onderwijs. Een hele eer. Er ging een lang traject aan vooraf, dat een half jaar geleden begonnen was met de nominatie door een aantal van mijn leerlingen. Hoewel deze nominatie een prijs op zich was, bleek dit slechts de opmaat tot een doldwaze nominatierace. Op dinsdag 26 september was er een jurydag, waarbij ik een vakjury heb moeten overtuigen wat ik wil bereiken met een jaar ambassadeurschap. Want dat is waar de titel van leraar van het jaar om draait. Ik ben niet verkozen tot beste leraar van Nederland. Daarmee zou ik vele, vele docenten tekort doen. Als ambassadeur ben ik een jaar lang het gezicht van het voortgezet onderwijs en reis ik stad en land  af om dit prachtige vak te vertegenwoordigen. Een van de vragen die mij de laatste weken geregeld gesteld wordt is: wat maakt nou een goede leraar?

Vooropgesteld dat er geen eenduidig antwoord bestaat op deze vraag heeft deze titel mij wel in staat gesteld om na te denken over de essentie van goed leraarschap. Voor een aanzet tot een mogelijk antwoord op deze vraag heb ik, naast mijn eigen tienjarige ervaring voor de klas, inmiddels mogen spreken met een bonte verzameling belanghebbenden in het onderwijswereldje. Leraren, schoolleiders, vakbondsmensen, opiniemakers, leerlingen. Ik ben (hopeloos laat natuurlijk) begonnen met Twitter. Ik heb mijn eerste congressen en conferenties bezocht als leraar van het jaar. Dat alles heeft mijn inzicht enorm aangescherpt. Nu, na bijna twee maanden ambassadeurschap, ben ik zo ver in mijn denken om mijn visie op goed leraarschap te kunnen delen met anderen.

Allereerst is het goed om uit te leggen waarom het vak van de leraar ook alweer het mooiste vak van de wereld is. Je hebt te maken met jonge mensen die zich verwonderen over wat er te halen valt in het leven. De toekomst ligt aan hun voeten en jij speelt daar een sleutelrol in. Hoeveel leerlingen zal ik inmiddels onder mijn hoede hebben gehad in de tien jaar dat ik voor de klas sta? 800? 1.000? Ik wil niet beweren dat ik op al deze leerlingen een even grote mate van invloed heb gehad. Wel illustreert dit gegeven het bereik van een docent – en ik begin voor mijn gevoel pas net! Als docent heb jij een unieke kans om wat van jouw waarden over te dragen op komende generaties. Een goede docent zou dus in de eerste plaats idealen moeten opstellen. Nadenken over waar je voor staat. Wat je mooi en goed vind in het leven. Of voor welke valkuilen je leerlingen wilt waarschuwen.

CamperIn de zomervakantie trek ik er met mijn vriendin Iris en onze camper Hannibal op uit om wat van de wereld te zien. We komen in contact met andere culturen en ik neem altijd een kleine bibliotheek aan boeken mee. Uitkijkend over de zee, of de bergen, denk ik dan na over wat ik eigenlijk wil bereiken met mijn onderwijs het komende jaar. Ik zelf heb het voorrecht om een vak genaamd grote denkers te mogen geven. Samen met twee collega’s hebben we een blanco cheque gekregen om dit naar eigen inzicht in te vullen. We confronteren de leerlingen met de schatkamer van de ideeëngeschiedenis en we dagen hen uit om zelf groot te leren denken. We leggen hen ethische dilemma’s voor zodat ze na leren denken over goed en kwaad. Het doel van dit alles is om hen een eigen kijk op de wereld te laten creëren.

Idealen ontwikkelen, persoonlijke doelen opstellen en deze vertalen naar jouw lesdoelen. Het geeft richting en betekenis aan je onderwijs. Een cruciale voorwaarde voor goed leraarschap. Het klinkt voor de hand liggend, maar het gebeurt te weinig. Een oorzaak daarvan is dat op de leraaropleidingen niet of nauwelijks aandacht besteed wordt aan het waarom en waartoe van het vak. De nadruk ligt te veel op het hoe. Dit is ook wel begrijpelijk, want met name de eerste graadsopleidingen moeten in één jaar tijd masterstudenten klaarstomen voor het vak. De aandacht ligt dan op competentieontwikkeling en reflectie. In de meest gunstige gevallen dan.

1917Als tweede voorwaarde voor goed leraarschap zou ik twee kernkwaliteiten onder de aandacht willen brengen: betrokkenheid en ambitie. Betrokkenheid zou voor zich moeten spreken als kernkwaliteit van een goede leraar. Mijn overgrootvader was ook onderwijzer en auteur van schoolboekjes. Ik heb een mooi citaat van hem gevonden: “samenwerking tusschen leeraar en leerlingen was de grondslag bij de keuze der leerstukken”. Was getekend, dr. E. Rijpma, 1917. In de persoonlijke relatie, daar gebeurt het. Een leraar die geen oog heeft voor individuele leerlingen laat een hoop potentieel onbenut.

Op ambitie lijkt een taboe te liggen in het Nederlandse onderwijs. Ambitie, dat is toch iets voor hijgerige types aan de Zuidas? Nee. Ik ben van mening dat het onderwijs wel wat ambitie kan gebruiken. Ambitie om het maximale uit je leerlingen te willen halen bijvoorbeeld. Ik zelf ben een voorstander van gepersonaliseerd leren. ICT stelt mij in staat om te kunnen differentiëren op leerstijl, tempo en niveau. Zo probeer ik het beste uit mijn leerlingen te halen. In mijn rondgang in het onderwijswereldje ben ik echter genoeg excellente leraren tegengekomen die dit bereiken door frontaal, docent-gestuurd les te geven. Een goede vriend van mij bijvoorbeeld geeft les op een VMBO in Amsterdam Noord en laat jaar in jaar uit zijn leerlingen excelleren bij de examens. Dit alles op een traditionele, docent-gestuurde manier. Ambitie betekent ook: de best mogelijke lessen willen geven. Stel lesdoelen op, ontwerp materiaal, bedenk werkvormen die hierop aansluiten. Het liefst in samenwerking met anderen, daarover later meer. Ten slotte: ambitie houdt ook in dat je zelf in beweging blijft. Onderzoek laat een mooie S Curve zien in de ontwikkeling van vaardigheden bij docenten. In zijn eerste jaren leert de docent razendsnel, maar zodra hij of zij het kunstje beheerst sluipt de routine er in en treedt stagnatie op. Ambitie is de kernkwaliteit die docenten in staat kan stellen om over de eigen schaduw heen te stappen.

Idealen ontwikkelen, doelen opstellen, betrokkenheid, ambitie. Dit zijn in mijn optiek de belangrijkste randvoorwaarden voor goed leraarschap. Daar komen bij: vakkennis en ambachtelijke vaardigheden. Oftewel, een stuk vakmanschap. Gelukkig zijn ambachtelijke vaardigheden aan te leren. Ik zelf heb het voordeel gehad van een lange leerschool. Mijn tweedegraads leraarspleiding duurde vier jaar, met evenveel stagejaren. Ik heb op een opleidingsschool stage kunnen lopen, met veel persoonlijke aandacht. Op de opleiding kreeg ik vakkennis en didactiek van uiterst bekwame docenten. Niets dan lof wat dat betreft over mijn 4-jarige HBO opleiding. De 1-jarige eerstegraads opleiding, die ik na het behalen van mijn master gevolgd heb, was een ander verhaal. De nadruk lag hier niet op ambachtelijke vaardigheden maar op onderzoek doen. Na vier van dergelijke onderzoekjes in meer of mindere mate uitgevoerd te hebben kreeg ik een diploma in mijn handen gedrukt. Weinig didactiek, geen pedagogiek, niets over samenwerken binnen en buiten de schoolomgeving. Op dat terrein valt nog wel wat winst te behalen. Ik zou dan ook willen pleiten voor meer ambachtelijke vaardigheden op de academische leraaropleidingen.

Een goede docent stelt dus doelen op vanuit een visie, is ambitieus en betrokken en beschikt over vakkennis en ambachtelijke vaardigheden. Een goede docent reflecteert op zijn of haar eigen onderwijs door middel van evaluatie door leerlingen. Een goede docent staat open voor peer review. Hij of zij laat anderen toe in de les en gaat zelf ook eens kijken bij een ander. Een goede docent ontwerpt samen met zijn of haar collega’s onderwijs en staat open voor feedback. Dat hoeft helemaal niet per sé in de avonduren met lauwe pizza. Het gaat om een open basishouding.

ModelHet is mij op HBO opleiding wel eens verteld dat de ontwikkeling van een leraar zich dikwijls volgens een zeker stramien voltrekt. In deze zienswijze valt de ontwikkeling van het leraarschap dus te schematiseren. Volgens dit model is de startende leraar in eerste instantie vooral bezig met zichzelf. Leg ik wel goed uit? Hoe kom ik over? Heb ik gezag? Na de eerste gewenningsfase verschuift de aandacht naar de lessen. De lerende docent houdt zich bezig met lesplannen en didactiek. Klassenmanagement en pedagogiek komen om de hoek kijken. Welke normen en regels stel je op? Hoe slaag je er in om die consequent na te leven? Hoe ontwikkel je pedagogisch tact? Wanneer de docent het kunstje onder de knie heeft verschuift zijn of haar aandacht naar zaken op een hoger abstractieniveau: dat van de sectie, het team en (uiteindelijk) de school. De competente leraar houdt zich bezig met doorlopende leerlijnen, de verhouding met andere vakken. Hij of zij werkt samen binnen en buiten de schoolomgeving. De echt goede leraar ontwikkelt vervolgens idealen, stelt doelen op een keert in ons denkbeeldige schema zo weer terug bij zichzelf, zijn lessen en zijn leerlingen.

Wat maakt iemand een goede leraar? De essentie van goed leraarschap is vakmanschap. Het vanuit betrokkenheid en ambitie aanbieden van de best mogelijke lessen, in samenwerking met anderen. Met een open blik naar ontwikkelingen in de samenleving en de wereld. Leraar van het jaar zijn biedt mij een prachtige kans om dit perspectief uit te kunnen dragen.

Jasper Rijpma

Over Jasper Rijpma

Waarom kies je voor het onderwijs? Wat is je visie op goed onderwijs? Als docent in het voortgezet onderwijs heb je te maken met jonge mensen die zich verwonderen over wat er te halen valt in het leven, op een manier die volwassen mensen vaak niet meer kunnen. Het is een cruciale fase in hun leven, waarin ze zichzelf ontdekken en hun rol in de wereld leren kennen. De toekomst ligt aan hun voeten. Als leraar kun jij in deze fase een sleutelrol spelen. Dat maakt docent zijn in het voortgezet onderwijs tot zo’n leuk, maar ook belangrijk vak. Naast een reflectie op het beroep van de leraar en een pleidooi voor het ontwikkelen van een visie op goed onderwijs vertel ik over mijn eigen ontwikkeling van starter tot leraar van het jaar. Ik vertel anekdotes uit mijn 10-jarige ervaring voor de klas. Ik kom met praktische tips en handigheden. In mijn verhaal staan de ‘ambachtelijke vaardigheden’ van de docent centraal. Net als met goed onderwijs is ook mijn les in passie echter geen eenrichtingsverkeer. We gaan de dialoog aan met elkaar en leren van elkaars valkuilen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s