De nieuwe wet onderwijstijd: een cultuuromslag?

Vorige week is het wetsvoorstel voor de modernisering van de onderwijstijd aangenomen door de Tweede Kamer. De urennorm is ondubbelzinnig vastgelegd op 1000 uur, maar wordt nu niet meer per leerjaar geregeld maar per opleiding. De wijziging houdt in dat scholen voortaan zelf mogen bepalen hoe ze onderwijstijd spreiden over de opleiding (zie plaatje). Minus 300 uur in het examenjaar betekent dat voor het VMBO 3700 uren, voor de HAVO 4700 en voor het VWO 5700 lesuren. Ook vervalt het onderscheid in maatwerk en reguliere onderwijstijd. Scholen kunnen hierdoor hun onderwijs flexibeler aanbieden en meer ‘maatwerk’ leveren. Dit is nodig om talenten van individuele leerlingen beter te benutten, om onderwijs persoonlijker en uitdagender te maken en om leerlingen beter voor te bereiden op een vervolgopleiding.

In de aanloop naar het debat organiseerde de VO-raad samen met de bonden een mini congres over de nieuwe wet. Als ambassadeur van het voortgezet onderwijs werd mij tijdens dit congres spreektijd gegund om te vertellen hoe ik gebruik probeer te maken van de ruimte die de wet- en regelgeving biedt en waar ik tegen aanloop bij het benutten ervan. Tijdens dit congres sprak ik met een aantal schoolleiders, vakbondsmensen, en leden van de VO-raad over de implicaties van de wet op de manier waarop we ons onderwijs kunnen vormgeven. Die zijn talrijk. Het werd mij duidelijk dat er al vonderwijstijd_02eel scholen bestaan die werken met gepersonaliseerde leertrajecten. Zo was Jeroen van Grunsven van het Picasso lyceum in Zoetermeer aanwezig op het congres. Jeroen vertelde dat op zijn school leerlingen versneld examen kunnen doen in specifieke vakken, of vakken op een hoger niveau kunnen afsluiten. Gepersonaliseerd leren begint op het Picasso lyceum al in de onderbouw. Picasso is een voorloper. Ik denk dat de meeste scholen zich nog onvoldoende beseffen hoe ze de vrijgekomen ruimte optimaal kunnen benutten. Er ligt hier een gouden kans om ons onderwijs persoonlijker te kunnen maken.

Dit stuk is dan ook vooral een oproep aan scholen om die ruimte te benutten, maar bevat ook een cruciale vraag aan de onderwijsinspectie. Ik denk namelijk dat de inspectie een belangrijke rol speelt in het benutten van de ruimte die de wetgeving biedt. Zo lang de inspectie streng toeziet op de invulling van onderwijstijd durven scholen het potentieel dat de nieuwe wetgeving biedt onvoldoende te benutten, bang als men nog altijd is voor het inspectierapport. Op het congres hoorde ik echter vooral bemoedigende signalen over een inspectie die minder wil controleren en meer wil meedenken over de invulling van de onderwijstijd. In het ‘factsheet’ dat verzonden is aan de deelnemers van het congres over het wetsvoorstel stond de volgende tekst:

De criteria die in de huidige wet op de onderwijstijd worden benoemd, blijven in het wetsvoorstel gehandhaafd. Het eerste criterium voor onderwijstijd is dat het moet gaan om (onderwijs)activiteiten die verzorgd worden onder verantwoordelijkheid bekwaam personeel. Het tweede criterium is dat de onderwijstijd onder verantwoordelijkheid van de school bewust gepland en verzorgd moet worden. Ten derde moet op schoolniveau afgesproken welke soorten onderwijsactiviteiten meetellen als onderwijstijd: primair door de professionals, en met instemming van de medezeggenschapsraad. Het gaat hier met nadruk slechts om het soort onderwijsactiviteiten dat meetelt als onderwijstijd.

Onder verantwoordelijkheid van bekwaam personeel, bewust gepland en verzorgd door de school en met instemming van de medezeggenschapsraad. Daar kunnen we wat mee! Nu over die invulling..

Op de school waar ik voor werk, het Hyperion lyceum in Amsterdam, houd ik mij bezig met talentontwikkeling en met ons ‘excellentiebeleid’. Daarvoor hebben we Bureau V in het leven geroepen. “V” staat voor verdiepen, verrijken, versnellen en verbreden. Leerlingen die uitgedaagd moeten worden kunnen zich bij ons melden voor een meer persoonlijk leertraject. Bureau V is twee jaar geleden ontstaan uit noodzaak, omdat ik om mij heen tal van leerlingen zag wiens talenten onvoldoende benut werden binnen de kaders van ons reguliere onderwijs. Ik heb die (dertig) leerlingen bijeen geroepen in een lokaal en heb ze de vraag voorgelegd: “stel dat je kon leren wat je maar wilde, wat zou je dan willen doen?”. De uitkomst was een wonderlijk experiment in leerling gestuurd onderwijs. Een groepje kinderen ging apps bouwen, vier anderen wilden Mandarijn Chinees leren en weer anderen gingen (jawel!) leren bridgen. Dit alles onder schooltijd. Ik kan zelf niet bridgen, laat staan dat ik Chinees kan spreken. Ik faciliteerde. De leerlingen moesten een ‘meesterproef’ afleggen, door bijvoorbeeld met mij naar een Chinees restaurant te gaan en alleen maar Chinees te spreken tegen de bediening. De schoolleiding zag het zitten en heeft het initiatief een doorstart gegeven. Leerlingen kunnen nu ook extra vakken (verbreden) volgen, of binnen een vak versnellen of verdiepen. Net als op het Picasso lyceum kunnen leerlingen straks vervroegd examen gaan doen in bepaalde vakken. De vrijgekomen tijd willen we benutten met talentontwikkeling.

Tijdens mijn eigen lessen probeer ik zoveel mogelijk te differentiëren op leerstijl, tempo en niveau. Klassikale instructie is bij mij niet verplicht. Leerlingen kunnen de leerstof ook via flips op youtube verwerven, of ze krijgen van mij een tekst aangereikt. Bij de toepassing van de leerstof kiezen ze voor een leerweg die bij hen past. Hier gaan we helemaal los. Gamification, leren buiten de deur, zelf ontwerpen, visuele schema’s. You name it. Leren is leuk. Ik ben er van overtuigd dat de motivatie met stappen vergroot wordt wanneer het onderwijs meer persoonlijk is. Er is overigens ook gewoon een werkboek, voor de leerling die het prettig vind om te leren door verwerkingsopdrachten te maken. Ja, die zijn er ook. Leerlingen werken zelfstandig, dus op eigen tempo aan de stof. Leerlingen die uitgedaagd moeten worden maken kennis met de wondere wereld van de MOOC’s. Ik ontwerp het onderwijs, begeleid het proces en controleer of mijn doelen behaald zijn. ICT helpt mij om het onderwijs persoonlijker te kunnen maken.

Toch gaat het mij niet snel genoeg. Ik merk dat we tegen een muur aanlopen. Die muur heeft niet veel te maken met de wet- en regelgeving maar met het systeem waarin we werken en denken. Zo vertelde Jeroen van het Picasso lyceum dat er veel mensen komen kijken hoe er op zijn school gewerkt wordt met gepersonaliseerd leren en dat die bezoekers vrijwel altijd dezelfde vraag stellen: “hoe organiseren jullie dit in hemelsnaam?”. Dit zegt wat mij betreft veel over het systeem (mag ik hier paradigma zeggen?) waar we in verkeren. We werken met vaste roosters, waar vaste vakken aangeboden worden door vaste docenten op vaste tijden. Nu worden we aangespoord om binnen dit bouwwerk van cement met flexibele roosters en gepersonaliseerde leertrajecten te gaan werken. Dat is voor veel scholen een lastige opgave. Om het leren persoonlijker te kunnen maken moet er anders gedacht worden over de manier waarop het onderwijs georganiseerd wordt. Een mentaliteitsverandering dus. Veel scholen willen wel, maar weten niet hoe. Daarom zijn good pratices zoals het Picasso lyceum zo belangrijk.

Er is niets dat ons verhindert om ons onderwijs persoonlijker, uitdagender en leuker te maken, behalve wijzelf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s